Paarden kunnen veel informatie halen uit geuren die ze uit de lucht opvangen. Dit is mogelijk omdat zij wel enkele duizenden keren beter kunnen ruiken, dan dat wij dat kunnen. Bij paarden zitten in de neusholte namelijk zenuwcellen die geuren analyseren. Zo ruiken ze bijvoorbeeld aan paardenmest, om de toestand van het andere paard in te kunnen schatten. Ook beslissen ze op deze manier om voer of water wel of niet te eten. De kennismaking vindt ook plaats via de lucht, nieuwe stalgenoten zullen lucht bij elkaar in de neus blazen. Om extra goed te kunnen ruiken flemen paarden soms. Hiervoor maakt het paard gebruik van het orgaan van Jacobson. Dit is een orgaan in de neusholte, dat ervoor zorgt dat bepaalde geuren nog beter geanalyseerd kunnen worden. Een flemend paard herken je aan zijn gestrekte hals en zijn gekrulde bovenlip. Hengsten flemen er driftig op los als er een hengstige merrie in de buurt is en merries flemen soms om de geur van hun veulen goed in zich op te kunnen nemen.